(Inter-)nationale samenwerking

Label: (Inter-)nationale samenwerking
Omschrijving: Middels het opzetten van strategische samenwerkingsverbanden kunnen grote maatschappelijke vraagstukken beter beantwoord worden. Bovendien kan meer massa gecreeerd worden voor het verder versterken van de topsectoren (AgroFood, Chemie, Creatieve Industrie, Energie, High Tech Systemen en Materialen, Life Sciences, Logistiek, Tuinbouw en uitgangsmaterialen, Water). Het kabinet stimuleert de samenwerking in de Gouden Driehoek (kennisinstellingen, bedrijfleven en overheid) ten behoeve van het vergroten van de landelijke verdiencapaciteit en het economisch groeivermogen. Onderwijsinstellingen reageren hier op door verregaande specialisatie en zich steeds meer te richten op maatschappelijke thema's en de daaraan verbonden onderzoekssubsidies.

N.B.: de omschrijving is gebaseerd op een overzicht van juni 2012 en dient nog geactualiseerd te worden naar november 2012!

Strategische Agenda
Binnen de zwaartepunten wordt nauw samengewerkt met bedrijven uit Nederlandse topsectoren, en met maatschappelijke organisaties voor de antwoorden op de grote uitdagingen van deze eeuw [...] Ook zullen zij hun onderlinge samenwerking verder moeten uitbouwen, want Nederland kan nog heel wat schaalvoordelen behalen door beter samen te werken, zowel binnen de publieke sector als publiek/privaat. Van belang hierbij is het ontwikkelen van strategische partnerships in de gehele kennisketen: tussen kennisinstellingen, bedrijfsleven, overheden en maatschappelijke organisaties. Samenwerking binnen de Europese Unie geeft eveneens sterke impulsen aan het nationale onderzoek- en innovatiepotentieel. Ook daarin zijn nog stevige stappen te zetten om focus en bundeling van krachten te realiseren en versnippering en duplicatie van inspanningen tegen te gaan [...] "De zwaartepunten zorgen zelf bovendien voor nieuwe, innovatieve bedrijvigheid. Publiek en privaat gefinancierd onderzoek weten elkaar goed te vinden. Zulke kennisclusters zijn bijvoorbeeld ontstaan rond specialisaties op terreinen zoals food en flowers, water, energie en gezond ouder worden. De regio is hierbij een belangrijk ankerpunt, samenwerken gaat immers makkelijker in elkaars fysieke nabijheid. Op verschillende plaatsen in Nederland vindt dit soort regionale samenwerking al plaats, denk aan de High Tech Campus in Eindhoven, het Wageningen Research Center of het Bio Science Park te Leiden. Samenwerking is echter niet beperkt tot de regio. Ook landelijke en internationale samenwerking leveren een belangrijke bijdrage aan de zwaartepunten [...] Ook levert het wetenschappelijk onderzoek een grotere bijdrage aan het oplossen van maatschappelijke vragen. Die lossen we op in Nederland, maar natuurlijk ook in andere landen, waar men met dezelfde problemen kampt. De Europese en internationale samenwerking is in 2025 intensiever dan nu [...] Het onderzoekslandschap van de toekomst kent een groter aantal gespecialiseerde kennisclusters dan nu. In deze clusters werken universiteiten, hogescholen, onderzoeksinstituten, bedrijven, maatschappelijke organisaties en overheden intensief met elkaar samen op onderzoeksgebieden binnen topsectoren en maatschappelijke thema’s als veiligheid en gezond ouder worden [...] Juist publiek-private samenwerkingsverbanden brengen bedrijven, kennisinstellingen en overheid dichter bij elkaar. Zij vormen daarmee het fundament van het bedrijfslevenbeleid van het kabinet. Publiek-private samenwerking ziet het kabinet als kansrijke route op verschillende terreinen. In de afgelopen jaren zijn al verschillende succesvolle samenwerkingsverbanden opgebouwd. De verschillende technologische topinstituten (TTI’s) zijn daar een goed voorbeeld van. Wanneer bedrijven in de samenwerking aangeven waar ze zelf in R&D investeren, dan kan de rest van de keten (van fundamenteel, tot toegepast onderzoek en onderwijs) daarop inspelen. Het resultaat moet een daadwerkelijk groter commitment van bedrijven zijn; het gaat uiteindelijk om meer innovatie. Publieke investeringen zijn daarbij een hefboom voor private inzet. Om het innovatieklimaat te borgen, hebben de boegbeelden voorgesteld om een generieke fiscale faciliteit op R&D in te voeren. Dit voorstel is door het kabinet positief ontvangen. Daarom zal in de komende maanden, bij de verdere inpassing in de Fiscale Agenda, aandacht worden besteed aan de effectiviteit van zo’n regeling, de Europeesrechtelijke en budgettaire aspecten en de uitvoeringskosten. Verdere profilering in het onderzoekslandschap is ook nodig met het oog op een nog grotere bijdrage van de wetenschap aan onze samenleving en de vragen waarvoor zij staat. De grand challenges zijn in Europa in toenemende mate een belangrijke aanvliegroute voor het definiëren van grootschalige onderzoeks- en innovatieprogramma’s. Van belang is dat de Nederlandse kenniswereld hierop goed inspeelt en maximaal kan profiteren van de (financiële) kansen die Europa biedt. Dit vraagt om profilering op onderzoeksdomeinen die van belang zijn voor maatschappelijke uitdagingen zoals energie- en waterschaarste, voedselvoorziening, verouderende samenlevingen, volksgezondheid, pandemieën, voedselveiligheid en de opwarming van de aarde. Daarbij zijn niet alleen de bètaen technische disciplines in beeld, ook van de sociale en de geesteswetenschappen wordt een stevige bijdrage verwacht. De economische topsectoren leveren overigens ook een belangrijke bijdrage aan deze maatschappelijke thema’s. De grand challenges vormen voor de economische topsectoren ook kansen om geld mee te verdienen. Maatschappelijke uitdagingen liggen niet altijd in het verlengde van de topsectorenaanpak. Daarom is in het profileringsproces van de kennisinstellingen ook aandacht nodig voor (veelal multidisciplinair) onderzoek dat nodig is om ook aan die maatschappelijke uitdagingen het hoofd te kunnen bieden [...] Resultaten van wetenschappelijk onderzoek moeten beter hun weg vinden in innovatieve producten, processen en diensten. Samenwerking in de Gouden Driehoek (overheid, kennisinstellingen en bedrijfsleven) via de topsectorenaanpak is hiervoor de aangewezen weg. Ook moet ons onderzoek een grotere bijdrage leveren aan maatschappelijke uitdagingen. Dit vraagt om verdergaande publiek-private samenwerking tussen kennisinstellingen, bedrijven en maatschappelijke instellingen. De afgelopen jaren zijn er al verschillende succesvolle samenwerkingsverbanden opgebouwd. De verschillende technologische topinstituten zijn daar een goed voorbeeld van. Juist deze samenwerkingsverbanden tussen bedrijven, kennisinstellingen en de overheid brengen partijen dichter bij elkaar en zorgen voor internationale profilering van sterke kennisclusters. Een meer structurele verankering van dit type publiekprivate samenwerking in het kennislandschap is gewenst [...] Daarnaast is voor een betere benutting van het fundamenteel en praktijkgericht onderzoek van belang de gehele kennisketen te versterken. Omgevingen waarin onderwijs, onderzoek en toepassing samenkomen, prikkelen studenten hun verschillende talenten beter te ontwikkelen en te toetsen welke loopbaan het beste bij hen past: onderzoeker, kenniswerker, professional, zelfstandig ondernemer. Hun omgeving moet hen daartoe uitdagen. Ook voor onderzoekers is het gewenst dat ze zich verbinden met maatschappelijke uitdagingen en zich verdiepen in toepassingsmogelijkheden van nieuwe kennis. Dat vergroot het draagvlak voor onderzoek en de kansen op het aantrekken van privaat kapitaal. In de driehoek onderzoek, onderwijs en ondernemerschap ligt de basis voor onze welvaart. Samenwerking in deze driehoek versterkt de verdiencapaciteit en het economische groeivermogen van Nederland [...] Uit de adviezen van de topsectoren is naar voren gekomen dat publiek-private samenwerking tussen onderwijs, onderzoek en overheid aan de ene kant en het bedrijfsleven aan de andere kant, hierbij van groot belang is. Deze strategische agenda bevat een krachtige ondersteuning van de topsectorenaanpak [...] Nieuwe kennis moet eerder leiden tot innovatie. Wetenschap als brandstof in de pijplijn kennis-kunde-kassa. Samenwerking in de Gouden Driehoek (kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid) via de topsectorenaanpak is hiervoor de aangewezen weg. Publiek-private samenwerking staat hoog op de agenda van veel topteams. De samenwerking in de kennisketen van fundamenteel onderzoek, praktijkgericht onderzoek, toegepast onderzoek en innovatie zal worden gestimuleerd. Het kabinet wil bovendien bezien hoe regels en andere belemmeringen kunnen worden aangepakt om een meer risicovolle inzet van kapitaal mogelijk te maken"

Hoofdlijnenakkoord Universiteiten
"Tot slot geven de universiteiten aan hoe ze inspelen op maatschappelijke uitdagingen uit de grand challenges en op de innovatiecontracten die in het kader van het Topsectorenbeleid worden ontwikkeld [...] Vanuit deze zwaartepunten dragen universiteiten bij aan innovatie, economische groei en de aanpak van maatschappelijke vraagstukken, met name in economische topsectoren en de grand challenges van de EU. Daarbij werken ze intensief samen met bedrijven, overheden en maatschappelijke instellingen."

Hoofdlijnenakkoord Hogescholen
"Centers of Expertise (CoE) zijn uitstekende instrumenten om in de context van de topsectoren en maatschappelijke uitdagingen tot thematische profilering te komen waarbij in een publiek-private constructie praktijkgericht onderzoek, onderwijs en valorisatie in samenhang worden ingezet. Daarbij richten de hogescholen zich waar relevant op de topsectoren [...] De staatssecretaris stelt binnen de selectieve bekostiging (de 2%) middelen beschikbaar voor publieke cofinanciering van geselecteerde publiek-private samenwerkingsverbanden zoals Centers of Expertise. Streven is dat er in ieder geval in elke topsector een CoE tot stand komt. Ook wordt een CoE voor de zorg en één voor onderwijs ontwikkeld. Daarnaast wordt op basis van een gedegen inventarisatie bepaald welke andere CoE’s nodig zijn."

Strategie UVA
"We willen dat in 2020 het onderzoek van de UvA op drie tot vijf terreinen bij de mondiale top-5 hoort. Zulk toponderzoek vindt bijna per definitie plaats in consortia. Als research university neemt de UvA deel aan welgekozen consortia met meerdere universiteiten of onderzoeksinstituten. Het samenwerkingsverband van de League of European Research Universities waar de UvA deel van uitmaakt, speelt hierin een belangrijke rol, evenals het wereldwijde netwerk Universitas [...] Met de Amsterdamse kaart hebben we daarbij een belangrijke troef in handen. Internationalisering van UvA en HvA kan ook betekenen dat we de wereldstad Amsterdam ‘exporteren’ en nadrukkelijker samenwerken en uitwisseling zoeken met kennisinstellingen in andere landen."

Strategie UvT
"Om in een context van toenemende concurrentie succesvol te kunnen opereren zal vaak strategische samenwerking met anderen nodig zijn. De noodzaak om te participeren in (inter)nationale netwerken en allianties met andere universiteiten als ook met partners uit de profit en non-profit sector neemt toe [...] Het door de UvT geïnitieerde Europese netwerk RISE (Raising the Impact of the Social Sciences and Economics) ontwikkelt zich gestaag [...] Vooralsnog ligt de nadruk in het netwerk op belangenbehartiging van de mens- en maatschappijwetenschappen bij nationale en supranationale overheden. Deze activiteit wordt de komende jaren verder uitgebouwd. De UvT ziet tevens goede mogelijkheden om de samenwerking met deze instellingen bilateraal te versterken, bijv. door joint masters of joint PhD programmes te ontwikkelen. Deze optie wordt de komende tijd in bilaterale contacten verkend."

Strategie UU
"De samenwerking met (internationale) bedrijven en organisaties is intensiever om meer toegevoegde waarde te leveren en tevens meer onderzoeksfinanciering te verwerven via contractonderzoek. In de afgelopen periode is door onder meer de deelname aan grote Fonds Economische Structuurversterkingprogramma’s ervaring opgedaan met productieve vormen van samenwerking tussen de universiteit, andere kennisinstellingen en het bedrijfsleven. Dit type strategische samenwerking op programmatische basis met (internationale) bedrijven en maatschappelijke organisaties wordt verder op- en uitgebouwd. Door het aanstellen van meer vooraanstaande onderzoekers uit bedrijven en instellingen als deeltijdhoogleraar zullen deze contacten worden bevorderd. Het aanstellen van deeltijdhoogleraren die een brugfunctie vervullen tussen bedrijfsleven of maatschappelijke organisaties is een goede manier om de universiteit beter te verbinden met externe partners. In dit verband zal het beleid ten aanzien van bijzonder hoogleraren onder de loep worden genomen. Er zal telkens kritisch worden gekeken naar het belang van de bijzondere leerstoel voor de universiteit. Meer dan in het verleden zal ook een bijdrage van buiten worden gevraagd voor de financiering van leerstoelen, mede in relatie tot de focusgebieden Actielijnen: 1. Bevorderen van deeltijdaanstellingen van hoogleraren uit bedrijven en maatschappelijke organisaties; 2. Voorsorteren van het Utrechtse onderzoek voor deelname in strategische allianties met externe financiering. Indicatoren: Er zijn vijf nieuwe strategische allianties gesloten met internationale bedrijven; 2. Er zijn ten minste drie nieuwe endowed chairs gerealiseerd; 3. Het aantal bedrijven en instellingen dat substantieel bijdraagt aan onderzoekfinanciering is verdubbeld

Strategie VUA
"De VU ziet vanwege deze maatschappelijke ontwikkelingen de volgende speerpunten: 3. de internationalisering versterken. De VU wil een forse stap maken om haar onderwijs te internationaliseren en actiever te worden in internationale onderzoeksconsortia [...] Het belang van financiering door bedrijven, studenten en sponsoren neemt daardoor toe. Ook onderzoeksfinanciering door grote subsidiegevers zoals de Europese Unie wordt steeds belangrijker. Universiteiten richten zich daarom steeds meer op maatschappelijke thema’s, op daaraan verbonden onderzoekssubsidies en op behoeftes van het bedrijfsleven [...] Internationale samenwerking is een voorwaarde om de ambities in het onderwijs en onderzoek waar te kunnen maken [...] De VU organiseert haar onderzoek op een manier die aansluit bij maatschappelijke thema’s en die herkenbaar is voor de buitenwereld. Daarnaast is van belang dat onderzoek voldoende massa heeft om in consortia met andere kennisinstellingen en bedrijven in aanmerking te komen voor de grote internationale onderzoekssubsidies en de onderzoeksagenda van grote onderzoeksprogramma’s mede te bepalen.

Strategie WUR
"Een concurrerende economie is essentieel om goed te kunnen functioneren in de open wereldeconomie. Nederland beschikt in dat opzicht over een goede uitgangspositie en de ambitie is om deze positie de komende jaren verder uit te bouwen. De agrifoodsector is een belangrijke economische sector die internationaal een toppositie bekleedt. Investeringen in innovatie en verduurzaming zijn nodig om de huidige koppositie te behouden en bij te kunnen dragen aan antwoorden op de wereldwijde uitdagingen rond voedselzekerheid, armoede, energie, water, klimaat, vrede en stabiliteit. Daarbij is de wisselwerking tussen kennis, praktijk en beleid een sleutelfactor voor succes in innovatie en blijft het groene onderwijs en onderzoek in Nederland gekoppeld aan een vakministerie, namelijk het in 2010 nieuw gevormde ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie (EL&I) [...] Wetenschap bedrijven is een internationale activiteit. Om grote Europese en mondiale problemen aan te kunnen pakken zal wetenschap naar de toekomst toe meer beoefend worden in internationale coalities die voor langere tijd met elkaar optrekken. Het belang van internationale fondsen voor de financiering van onderzoek en infrastructuur zal daarbij toenemen. Voorbeelden zijn Europese initiatieven als Joint Programming, European Graduate Schools en de Knowledge & Innovation Communities, maar ook private fondsen als de Bill & Melinda Gates Foundation en particuliere fondsenwerving [...] Een kennisinstelling die haar vleugels uitslaat met regionale en internationale vestigingen en samenwerkingsverbanden [...] Tegen de achtergrond van de verwachte verdubbeling van de vraag naar voedsel in de wereld heeft Wageningen UR het initiatief genomen om te komen tot een alliantie met vooraanstaande universiteiten en toepassingsgerichte onderzoeksinstellingen in de belangrijkste voedselproducerende landen (Brazilië, Californië, China, Frankrijk en Nieuw-Zeeland). De bedoeling is om prioriteiten af te stemmen, gezamenlijk financieringsmogelijkheden aan te boren en krachten te bundelen in de uitvoering [...]  In Brazilië, China en Ethiopië heeft Wageningen UR een officieel kantoor. Deze kantoren zijn belangrijk voor het opbouwen en onderhouden van banden met partners in het domein van gezonde voeding en leefomgeving in onze prioriteitslanden, met relevante overheidsdiensten en met internationale consortia. Tevens identificeren de kantoren nieuwe interessante projecten voor Wageningen UR en spelen ze een rol in de werving van studenten. De activiteiten voor Latijns-Amerika worden gecoördineerd vanuit het Latin America Office in Sao Paulo in Brazilië. De activiteiten zijn vooral gericht op Argentinië, Brazilië, Chili en Mexico. In China opereert het Wageningen UR China Office, dat zich richt op de voor Wageningen UR belangrijkste partners in provincies van China. In Addis Abeba tenslotte coördineert het kantoor de projecten die onder het samenwerkingsverband tussen Ethiopië en Wageningen UR vallen. ."

Strategie UT
"De ambities die we hier neerleggen realiseren we niet alleen. We werken intensief samen met collega-instellingen voor onderwijs en onderzoek en andere organisaties, zowel publiek als privaat. We werken met veel organisaties, maar maken daarin keuzes passend bij onze strategie. Langs een aantal lijnen brengen we focus aan in ons netwerk [...] Op onze agenda staat: Onderzoek:Een nieuw internationaal onderzoeksnetwerk"

Strategie UL
"Onze universiteit is mede door haar lidmaatschap van de League of European Research Universities zichtbaar in de top van de Europese onderwijs‐ en onderzoeksruimte [...] De opeenvolgende Europese kaderprogramma’s beschikken wel over steeds grotere financieringsmogelijkheden van het onderzoek, maar de Europese besluitvorming over onderzoeksfinanciering blijft ook voor de toekomst van het onderzoek van de universiteiten in Europa van groot belang. De Universiteit Leiden participeert in de LERU om gezamenlijk met andere vooraanstaande researchuniversiteiten in Europa de Europese agenda te beïnvloeden [...] Het internationale karakter van de Universiteit Leiden en haar specifieke disciplines brengt met zich mee dat de wetenschappelijke staf in toenemende mate een internationale samenstelling kent: onderzoekers en docenten komen deels uit het buitenland of hebben eerder in het buitenland gewerkt en gedoceerd. De vele verschillende wetenschapsgebieden die binnen de Universiteit Leiden worden bestreken kennen sterke internationale vertakkingen. Vanuit instituten en door individuele onderzoekers worden daartoe uitgebreide internationale netwerken onderhouden. Samenwerking op het gebied van onderzoek is internationaal vaak ook concreet georganiseerd in consortia of in bilaterale of multilaterale samenwerkingsovereenkomsten met andere universiteiten in Europa of de wereld."

Strategie RUG
"De grote maatschappelijke vraagstukken van de 21e eeuw vragen om een bijdrage. [...] In de derde plaats gaat het om strategische samenwerking met partners in Europa en overige werelddelen, gericht op het versterken van de kwaliteit [...] In de valorisatie kiest de RUG een profiel in samenwerking met bedrijven en overheden, waarbij een aantal grote maatschappelijke vragen wordt beantwoord [...] Naast en in verbinding met de onderzoekspeerpunten investeert de RUG op grote schaal in onderzoek naar maatschappelijke thema’s. In deze thema’s wordt de verbinding met de samenleving gezocht en gevonden, samen met overheden, bedrijven en andere instellingen voor hoger onderwijs"

Strategie RU
"De samenleving wordt geconfronteerd met fundamentele en uiterst complexe, vaak mondiale problemen. Van universiteiten wordt verwacht dat zij een prominente rol spelen bij de analyse van de problemen en het zoeken van oplossingen. Te denken valt aan vraagstukken op het terrein van de inrichting van een duurzame economie, klimaatvraagstukken, innovaties in de nationale en Europese industrie, de verbetering van de gezondheidszorg, onderwijs, de vormgeving van een interculturele samenleving, de ontwikkeling van het internationale rechtssysteem, enz."

Strategie UM
"In parallel and in tune with the new strategy in higher education, the Ministry of Economy, Agriculture and Innovation developed their new strategy called ‘Naar de top’. In this strategy, the ministry defined nine top sectors: High-Tech Systems and Materials, Energy, Creative Industry, Logistics, Agriculture and Food, Horticulture, Life Sciences and Health, Water, and Chemistry. These nine top sectors are knowledge intensive, export-oriented and should also contribute significantly toward solving major societal problems. A joint strategy called Brainport 2020 has been developed in the southeast of the Netherlands, with the goal of making the Dutch economy one of the world’s top five economies. The strength of the region lies in High-Tech Systems and Materials, Food, Automotive, Life-Tech/Health and Design and New Chemistry. In our own region, Limburg, covenants and agreements have created joint strategies with the Maastricht UMC+ and government authorities such as the Province of Limburg and municipalities of Maastricht, Heerlen, Sittard-Geleen and Venlo. In a Euregional context, joint collaborations have been set up with Hasselt, Liege and Aachen (supported and financed by the Structural Funds in collaboration with the Euregion Meuse-Rhine partners). These covenants and collaborations allow for the development of large initiatives and campuses that boost the Euregional economy substantially, now and in the future [...] With regard to national and international cooperation, Maastricht University continues to be an international network university. At the heart of our strategy is network formation based on complementarities, added value, mutual understanding and entrepreneurship. This will help us to cope with the ever-changing profiles and challenges of the international higher education landscape, creating a global network profile that is firmly rooted in the Netherlands and the Province of Limburg [...] We will reinforce internationalisation through our target country policy and other methods; we will join or initiate international and national network formation processes; we will strengthen regional cooperation and the regional economic structure [...] This can be seen in the university’s structural collaboration in international, national and regional partnerships, in which the valorisation of research results also plays an important role [...] In Europe and internationally, Maastricht University coordinates and participates in over 100 collaborative projects funded by the European Commission programmes and National Institutes for Health [...] With regard to national and international cooperation, Maastricht University continues to be an international network university. At the heart of our strategy is network formation based on complementarities, added value, mutual understanding and entrepreneurship. This will help us to cope with the ever-changing profiles and challenges of the international higher education landscape, creating a global network profile that is firmly rooted in the Netherlands and Limburg [...] The university’s strategic development is characterised by careful alignment and partnerships with other knowledge institutions, governments, the business sector and initiatives like Brainport 2020. It is an attractive regional, Euregional, national and international partner [...] The heart of our strategy is network formation based on complementarities, added value, mutual understanding and entrepreneurship. This will help us to cope with the ever-changing profiles and challenges of the international higher education landscape, creating a global network profile that is firmly rooted in the Netherlands and Limburg. The flexibility of such an approach is clearly preferential to merging institutions purely on the motive of regional proximity. Content and quality should always be the guiding principle "

Strategie TUE
"Ze staat bekend om haar grote wetenschappelijke én maatschappelijke impact en haar substantiële betekenis voor de concurrentiepositie van Brainport Zuidoost-Nederland en de Nederlandse kenniseconomie [...] Bevorderen krachtenbundeling in Nederlandse technologiesector [...] Met de Topsectoren heeft de Minister van Economie, Landbouw & Innovatie in 2011 een nieuw bedrijfslevenbeleid ingezet. Via generieke fiscale maatregelen en een revolverend innovatiefonds streeft de overheid ernaar om innovatiegericht onderzoek en nieuwe bedrijvigheid in negen economische topsectoren te stimuleren. Het bedrijfsleven krijgt in het geheel een leidende rol. Tegelijkertijd beëindigt de regering specifieke innovatiesubsidies en de inzet van middelen uit het Fonds Economische Structuurversterking (FES) voor onderzoek en innovatie. De TU/e is betrokken geweest bij de opstelling van onderzoeksroadmaps en de ontwikkeling van plannen voor topconsortia voor kennis en innovatie (van bedrijven en kennisinstellingen) door de topteams van de topsectoren High Tech Systemen en Materialen, Chemie, Life sciences & Health, Energie, Logistiek en Creatieve Industrie en het doorsnijdende thema ICT [...] Naast het feit dat de recente ontwikkelingen inhoudelijk goed aansluiten op de ambities van de TU/e, moet ook geconstateerd worden dat de basisfinanciering verder afneemt en de mogelijkheden om externe fondsen te werven ronduit onzeker zijn, nu de R&D-middelen vanuit de overheid sterk afnemen en onzeker is in welke mate middelen beschikbaar komen in de topsectoren. Dit zal zich vertalen in een afname van onderzoeksmiddelen en aantallen promovendi. De TU/e zet in op vier lijnen om deze afname tegen te gaan: het aangaan van consortia met bedrijven via de Strategic Areas Energy, Health en Smart Mobility, een sterke deelname in Horizon 2020, een gerichte deelname in de topsectoren en een intensivering van kennisvalorisatie aan de TU/e [...] Duidelijk is dat de groeiambitie voor 2016 en 2020 een forse uitdaging inhoudt. De TU/e staat hiervoor in de startblokken. Samenwerking met overheden, bedrijven en collega-kennisinstellingen in Nederland en internationaal is essentieel om de doelen van het Strategisch Plan 2020 te bereiken en een maximaal effect te sorteren met de beschikbare middelen voor onderwijs, onderzoek en kennisvalorisatie [...] Om op onderzoeksgebied flexibel in te kunnen spelen op dynamische externe ontwikkelingen en om de maatschappelijke en economische impact van het onderzoek te versterken, bundelt de TU/e haar onderscheidende disciplinaire onderzoeksterktes in Strategic Areas rondom een beperkt aantal grote maatschappelijke issues. De Strategic Areas gaan als interface fungeren tussen enerzijds leerstoelen c.q. capaciteitsgroepen binnen de universiteit en anderzijds maatschappelijke instanties, bedrijven en andere kennisinstellingen waarmee de TU/e kennis ontwikkelt en deelt om deze tot maatschappelijke toepassing te brengen. Zij versterken het maatschappelijk profiel van de universiteit, haar verdienvermogen in de tweede en derde geldstroom én haar aantrekkingskracht op potentiële studenten. In 2011 is gekozen voor drie Strategic Areas: Energy, Health en Smart Mobility. Binnen deze thema’s zullen consortia met maatschappelijke instanties, bedrijven en kennisinstellingen worden gecreëerd. Vanuit deze consortia ontwikkelt en realiseert de TU/e gezamenlijke onderzoeks- en valorisatie- programma´s. Ook zijn deze thema’s duidelijk zichtbaar in het opleidingenaanbod en in de externe profilering van de universiteit: dit zijn bij uitstek de maatschappelijke uitdagingen waar de TU/e aan werkt [...] Meer generiek is samenwerking met andere onderzoekers en instellingen, die passen bij het internationaal hoge niveau van het onderzoek, essentieel. De afstemming en samenwerking binnen de 3TU.Federatie en Centres of Excellence, het preferred partnership met de Universiteit Utrecht en het UMC Utrecht en de samenwerking binnen EuroTech Universities bieden daarvoor een bewezen uitstekende basis. Daarnaast is ook de samenwerking met instituten van TNO en FOM, zoals het op het TU/e Science Park te vestigen Dutch Institute For Fundamental Energy Research (DIFFER), van belang voor afstemming en wederzijdse versterking [...] Vanzelfsprekend ligt de focus van de valorisatieaanpak ook op het deelnemen in veelbetekenende consortia en bilaterale samenwerkingsverbanden, onder andere vanuit het EU-programma Horizon 2020, de topsectoren en de huidige en nieuwe EIT KIC’s. De TU/e streeft daarbij naar minder projectgebonden relaties met bedrijven en meer structurele samenwerking op ‘corporate’ niveau, waarbij wordt samengewerkt op alle onderdelen van de universiteit: onderwijs, onderzoek en valorisatie & innovatie. [...] De TU/e voert haar onderzoek en onderwijs uit in een ‘global playing field’. Nieuwe initiatieven als het Bachelor College en de Graduate School beogen niet alleen de Brainportregio of Nederland aan te spreken, maar worden ook vanuit dit mondiale perspectief ontwikkeld. Nationale en internationale krachtenbundeling en afstemming met andere vooraanstaande (technische) universiteiten is nodig om enerzijds de eigen internationale positie te versterken en anderzijds de eigen regio te voorzien van hoogwaardige arbeidskrachten en grensverleggende vindingen. Het opbouwen, consolideren en verder intensiveren van samenwerkingsverbanden met interessante partners in binnenen buitenland staat daarom onverminderd op de agenda [...] Bij samenwerking met buitenlandse instellingen ligt de nadruk op het ontwikkelen van gezamenlijke onderzoeks- en onderwijsprogramma’s, uitwisseling van staf en beïnvloeding van de Europese innovatie- en onderzoeksinitiatieven. De basis voor zowel de nationale en internationale samenwerking ligt bij de onderzoekers: op het niveau van onderzoeksgroepen en individuele onderzoekers werkt de TU/e samen met tal van universiteiten -verspreid over de hele wereld- met als resultaat gezamenlijke onderzoeksprojecten, publicaties en studentenuitwisseling [...] Samen met de Technische Universität München (TUM) en Danmarks Tekniske Universitet (DTU) heeft de TU/e in 2010 het samenwerkingsverband EuroTech Universities opgestart. Inmiddels is deze alliantie uitgebreid met de École Polytechnique Fédérale de Lausanne. Binnen de alliantie zal de TU/e bijdragen aan het vinden van technologische oplossingen voor huidige maatschappelijke problemen (met name energie, klimaat en mobiliteit). Om de Europese ontwikkelingen nauwgezet te kunnen volgen en beïnvloeden, zullen de partners een kantoor in Brussel realiseren. Ook blijven de netwerken CLUSTER en CESAER belangrijk voor het samenwerken in Europees verband [...] De huidige deelname in talrijke EU Kaderprogrammaprojecten, vijf Erasmus Mundus-initiatieven en twee van de drie Knowledge and Innovation Communities van het European Institute for Innovation and Technology is een uitstekende basis om ook in de nieuwe Europese programma’s ‘Erasmus for all’ en ‘Horizon 2020’ internationale consortia te bouwen. Beoogde resultaten: Een optimalisering van de deelname aan de programma’s ‘Erasmus for All’ en ‘Horizon2020’."

Strategie TUD
"OPLOSSINGEN VOOR GROTE MAATSCHAPPELIJKE VRAAGSTUKKEN Van universiteiten worden oplossingen verwacht voor tal van grote maatschappelijke vraagstukken op gebieden zoals energie, water, grondstoffen, transport, bouwen, gezondheid, materialen, industriële productie, veiligheid en stedelijke ontwikkeling. De vragen die hiermee samenhangen zijn zo complex dat zij alleen vanuit (nieuwe) combinaties van disciplines kunnen worden opgelost: multidisciplinaire samenwerking op basis van excellent monodisciplinair wetenschappelijk onderzoek. Internationaal wordt steeds vaker het leren multidisciplinair (samen)werken in de ingenieursopleidingen opgenomen [...] INVESTEREN IN TOPSECTOREN Het innovatiebeleid van de overheid richt zich op economische topsectoren: water, voedsel, tuinbouw, high tech, life sciences, chemie, energie, logistiek en creatieve industrie. Deze negen sectoren hebben voor Nederland al een sterke internationale positie. Binnen de sectoren wordt samengewerkt tussen wetenschap, bedrijfsleven en overheden. Ook dragen deze sectoren bij aan oplossingen voor maatschappelijke vraagstukken. Samenwerking in triple helixverband – kennisinstellingen, bedrijfsleven en overheid – staat bij de uitvoering van het Topsectorenbeleid centraal [...] WETENSCHAPPELIJKE SAMENWERKINGSVERBANDEN EN BESTUURLIJKE NETWERKEN Participeren in tal van samenwerkingsverbanden is noodzaak in de zich ontwikkelende nieuwe wetenschappelijke wereldorde met harde concurrentie om mensen en middelen. Succesvolle samenwerkingsverbanden wortelen in de academische basis: zij bouwen voort op de vanuit de wetenschapspraktijk zelf gegroeide verbanden. Co-publiceren is daarom steeds vaker een indicatie voor de kracht van samenwerking. De contacten die op de wetenschappelijke werkvloeren – peertopeer ontstaan zijn veelal de basis voor het ontwikkelen en soms opschalen van samenwerkingsverbanden. De TU Delft koestert daarom haar rijke (inter)nationale academische netwerk. Daarnaast is het in toenemende mate nodig om als universiteit duidelijk internationaal bestuurlijk aanwezig te zijn via vooraanstaande netwerken zoals de IDEA League, of vertegenwoordigd te zijn in Europese netwerken van universiteiten, zoals de EUA European Universities Association en CESAER – Conference of European Schools for Advanced Engineering Education and Research [...] De onderzoeksactiviteiten van de TU Delft zijn ingebed in (inter)nationale samenwerkingsverbanden: van kleinschalige (inter)nationale peertopeercontacten tot grootschalige (inter)nationale onderzoeksprogramma’s. De ontwikkeling van strategische samenwerking op het gebied van onderzoek staat in functie van de ambitie van de TU Delft zich wereldwijd als een leidende universiteit te positioneren. Het profiel en de reputatie van de TU Delft zijn hierbij het uitgangspunt. De TU Delft zet in op strategische samenwerking op het mondiale, Europese, nationale, regionale en sectorale niveau.
De TU Delft ontwikkelt deze samenwerking vanuit drie schaalniveaus: individuele academische peer-to-peer contacten, contacten op het niveau van wetenschappelijke afdelingen en/of faculteiten, en het bestuurlijke niveau van de universiteit [...] De TU Delft participeert sinds 2010 in twee van de drie Knowledge & Innovations Communities (KIC) van het European Institute of Innovation & Technology (EIT). De TU Delft werkt binnen de KIC Climate samen met onder meer de universiteiten van Utrecht en Wageningen, ETH Zurich, Paris Tech en Imperial College en met TNO, Shell, DSM en Schiphol. Binnen de KIC ICT werkt de TU Delft in 3TU-verband samen met onder meer de universiteiten van Berlijn, Stockholm (KTH), Helsinki en Parijs. Industriële partners zijn onder meer Ericsson, Nokia en Alcatel-Lucent [...] Continueren van, en waar nodig aanwezigheid en inbreng versterken in, de landelijke programmatische onderzoekssamenwerking en –afstemming binnen (top)onderzoekscholen, technologische topinstituten en onderzoeksconsortia. Voortzetten van de bestuurlijke samenwerking in IDEA Leagueverband als een belangrijk Europees netwerk voor toonaangevende technische universiteiten [...] De TU Delft zet in op substantiële deelname aan de Topsectoren. De acties die hierin voor de komende jaren zijn aangegeven – kennisontwikkeling, internationalisering en de human capital agenda – sluiten aan bij de focus van de TU Delft: in iedere topsector wordt het gehele spectrum van nieuwsgierigheidsgedreven tot en met toepassingsgericht onderzoek geprogrammeerd. De wetenschappelijk bijdragen aan Topsectoren krijgen concrete vorm via Innovatiecontracten met overheid en bedrijfsleven. In deze overeenkomsten geeft de TU Delft aan welke commitments zij de komende jaren aangaat. De TU Delft intensiveert voorts haar aanwezigheid binnen de Europese samenwerkingsverbanden. Zij richt zich met haar strategische partners in binnen en buitenland op actieve participatie in de thema’s van het 8e Kaderprogramma van de Europese Unie – Horizon 2020. De focus ligt daarbij niet alleen op aansluiting bij de Europese Grand Societal Challenges, maar ook op additionele onderzoeksfinanciering voor onderzoek ten behoeve van Industrial Leadership, de Knowledge & Innovation Communities als onderdeel van het European Institute for Innovation & Technology, en de individueel gericht onderzoekssubsidies (ERC Grants).Focus 2012-2020 (1)Deelnemen aan Topsectoren vanuit de faculteiten en facultaire afdelingen. De commitments worden in afstemming met de faculteiten door de TU Delft als geheel aangegaan; (2) Intensief inhoudelijk samenwerken met onze strategische partners (regionaal, landelijk en internationaal) bij deelname aan zowel de nationale Topsectoren als Horizon 2020; (3) Intensiveren en effectief organiseren van faciliteiten binnen het Valorisatiecentrum om vroegtijdig kansen te signaleren, creëren en benutten bij Nederlandse, Europese en internationale overheden op het gebied van additionele onderzoeksfinanciering [...] De TU Delft ontwikkelt voortdurend samenwerking, nationaal en Europees, door middel van deelname aan consortia met grote bedrijven en kennisinstellingen. Binnen de twee Europese Kaderprogramma’s – KP6 en KP7 – neemt TU Delft deel in meer dan 200 onderzoeksprojecten met samenwerkingspartners uit de gehele Europese Unie. De TU Delft staat in Nederland bovenaan met het grootste aantal KP7 deelnamen. Dit biedt een goede startpositie voor actieve en substantiele deelname in KP 8.[...] Structurele samenwerking met bedrijven en overheden
De TU Delft continueert haar koers om structurele samenwerkingsverbanden met multinationals, grote technologische bedrijven en relevante overheidsorganisaties te versterken. Dit gebeurt door met deze partijen strategische en lange termijn afspraken te maken over onderzoek, training en opleiding (life long learning), knowledge management en facility sharing. De werkelijke kosten en kwaliteit van de geleverde diensten zijn een belangrijk vertrekpunt bij dergelijke langetermijnafspraken [...] Focus 2012-2020: (1) Verder versterken van regionale netwerken op het gebied van publiek-private samenwerking met onder meer de clusters Medical Delta, Cleantech Delta, Greenport en ICT; (2) Verder uitbouwen van stakeholder en accountmanagement met (potentiele) partners, vooral ook internationaal; (3) Aangaan van personele banden, bijvoorbeeld door dubbelaanstellingen."

Strategie Saxion
"Saxion heeft vanuit de landelijke innovatieagenda en Human Capital Agenda’s het initiatief genomen om, op het raakvlak van onderzoek en onderwijs, een Centre of Expertise HTSM te bouwen. Hiermee creëren we in samenwerking met Hogeschool Windesheim een toegankelijke onderzoeks- en onderwijsomgeving voor onderzoek, waarin meerdere open innovatiecentra in Oost-Nederland zijn gebundeld. Om ook op langere termijn te kunnen beschikken over voldoende technici die deze ambitie kunnen waarmaken, investeert Saxion samen met Hogeschool Edith Stein en Universiteit Twente in onderzoek naar de maximale benutting van bètatalent. Vanuit de samenwerkende pabo’s, lerarenopleidingen en technische studierichtingen wordt een Centre of Expertise ontwikkeld op het gebied van techniekonderwijs [...] Om in aanmerking te komen voor Europese fondsen zal Saxion zich sterk inzetten om ‘Bolognaproof’ te zijn. Dit houdt o.a. in dat Saxion Europees uitwisselbare en communiceerbare standaarden hanteert en professionele dienstverlening biedt aan internationale studenten en medewerkers. Tweetaligheid is hierin vanzelfsprekend, maar het gaat ook om de stijl en attitude. Internationalisering ondersteunt het diversiteitbeginsel met betrekking tot onze medewerkerspopulatie. Om de internationale activiteiten in onderwijs en onderzoek te kunnen uitbreiden, zijn internationale partners noodzakelijk. Saxion zal kennisallianties opbouwen die bijdragen aan onze profilering en de mogelijkheid bieden om op internationale schaal actief te zijn."

Strategie HAN
"Zoals hiervoor al aangegeven hebben speerpunten bij voorkeur ook een internationale dimensie. Een eerste vergelijking met de Exzellenz-clusters van de deelstaat Nordrhein-Westfalen maakt duidelijk dat zeker in de euregio voldoende aanknopingspunten liggen voor gezamenlijke projecten. Maar ook breder, zoals in het kader van KP76 en het toekomstige kaderprogramma Horizon 2020, liggen er goede mogelijkheden. Internationale projecten leiden tot een verhoging van de kwaliteit van onderwijs en onderzoek binnen de speerpunten, versterken onze profilering en maken financiering van onze regionale ambities meer mogelijk (‘Regionally integrated, globally connected’). Voorwaarde daarvoor is dat we per speerpunt een heldere strategie en de juiste partnerships ontwikkelen. De gerealiseerde uitbreiding van het Subsidiebureau met deskundigheid op het terrein van internationale subsidies is hiervoor een belangrijke succesfactor. "

Strategie Hanzehogeschool
"Deelnemen, zoals de stad Groningen ooit deelnam aan de middeleeuwse Hanze in het economisch belang van de regio, zo streeft de Hanzehogeschool Groningen nu naar internationale samenwerking in het belang van de regio [...] Tien prestatie-indicatoren: (7) Aantal deelnames aan internationale onderzoeksprojecten."



respond.png
Opmerkingen en suggesties zijn van harte welkom!




88x31.png U kunt als volgt naar deze bron verwijzen:
TeWinkel, W., & Juist, N. (2012). Strategie Hoger Onderwijs Nederland 2012.
Beschikbaar via http://www.strategie-ho.nl